Entry-header image

Geschiedenis van Château Marcel

Château Marcel is een 19e-eeuws herenhuis in het middeleeuwse wijnproducerende dorp Cesseras in de Minervois in het departement Hérault in Occitania. Château Marcel is de juiste keuze voor bezoekers die op zoek zijn naar een combinatie van charme, rust en stilte. Het is de perfecte locatie om de historische omgeving te verkennen.

Château Marcel heeft een rijk verleden…

De geschiedenis van Chateau Marcel

Château Marcel  begon bescheiden als een conglomeraat van kleine woningen, gebouwd in de 9de eeuw in het midden van het oude bergdorpje Cesseras dat zijn naam dankt aan de rivier de Cesse die de prachtige kloven vlak achter het dorp heeft gevormd.

De eerste schriftelijke vermelding van Cesseras zelf was in 844 na Christus toen Karel de Kale, kleinzoon van Charlamagne, het dorp schonk aan een trouwe volgeling genaamd Hilderic en hem benoemde tot de eerste Heer van Cesseras. Eeuwen later, werd dit kleine heerschappij opgenomen in de heerschappij van de machtige en edele Trencavel familie, Lords of Carcassone.

Na een aantal generaties van verschillende eigenaars, werd deze groep van kleine huizen langzaam geconsolideerd tot één geheel. Het relatief bescheiden huis is gelegen vlak aan de voet van de wallen van het Trencavels’ middeleeuwse Château Cesseras in de buurt van de gotische kerk St. Germaine (nog steeds prachtig onderhouden).

Tijdens de kruistochten tegen de katharen, werden de Trencavels ontdaan van hun heerschappij, gevangen gezet als ketters en werd heel hun land in beslag genomen. In 1255  echter, heeft Lodewijk IX Raymond Trencavel in ere hersteld door hem de heerschappij van Cesseras te schenken als erkenning voor zijn moedige dienst in de zevende kruistocht naar het Heilige Land. Zo werd dit kleine dorp het laatste toevluchtsoord van de familie van de Occitaanse regering die vroeger de heerschappij had over het hele Zuiden van de Languedoc.

In het midden van de 15de  eeuw werd de heerschappij van Cesseras gekocht door Noble Bertrand de Corsier voor 1.400 pond goud.

©Foto Marcel Malfosse – Gemeentehuis van Cesseras

Verscheidene generaties later werd het wederom overgedragen aan de Baron van Fabrezan, Charles Seigneuret, na zijn huwelijk in 1657 met het laatst overlevende lid van de clan Corsier. De titel van Baron van Cesseras werd gedragen door mannelijke afstammelingen van de familie Seigneuret tot 1792. Tijdens de Franse Revolutie werden alle bezittingen van de familie in beslag genomen en verkocht op openbare veilingen.

Marcel Malafosse – Raymond, afkomstig uit Saint-Ponais, de eerste Malafosse uit Cesseras, werd omschreven als landbouwer en bezat al een klein stuk grond. Zijn zoon Jacques, kleermaker (1682-1748), en zijn nakomelingen klommen gedurende twee eeuwen gestaag op de sociale ladder.

Aan de vooravond van de Revolutie behoorden zij tot de rijkste families van het dorp. De Malafosse’s voelden zich vaak aangetrokken tot openbare functies en waren consul onder het Ancien Régime, eerste gekozen burgemeester van 1790 tot 1792 en burgemeester onder de Julimonarchie van 1839 tot 1845.

Als dynamische boeren, verstandige beheerders, een beetje handelaars en geldschieters vergrootten zij ongemerkt hun vermogen totdat zij halverwege de 19e eeuw aan het hoofd stonden van het grootste landgoed en waarschijnlijk het grootste fortuin van Cesseras. Tegelijkertijd wisten zij een netwerk van vriendschappen, allianties, klanten en verplichtingen op te bouwen dat van pas zou komen bij het heroveren en behouden van het burgemeesterschap.

Marcel Malafosse werd in 1845 in Cesseras geboren als zoon van Jean-Paul, landeigenaar, en Charlotte Rouairoux d’Azillanet. Na zijn klassieke studies werkte hij samen met zijn vader (overleden in 1879) op het familiebedrijf, waar hij de wijnbouw ontwikkelde volgens de modernste methoden van die tijd, wat hem de titel van ridder en vervolgens officier in de Orde van Verdienste voor de Landbouw opleverde. In 1900, na de volledige heraanleg van de wijngaard als gevolg van de phylloxera-crisis, produceerde het domein van Cesseras jaarlijks 6000 hectoliter wijn, die werd gevinifieerd en bewaard in een monumentale ‘cave’, de huidige cave Guilhaumou.

Het familiehuis werd toen verfraaid in neorenaissancestijl.

Marcel Malafosse, die republikeinse ideeën aanhing, begon, gesteund door zijn vriend Jean Pradal, al vroeg de strijd tegen Guillaume Taffanel. Na een eerste mislukte poging in 1878 won hij in januari 1881 de gemeenteraadsverkiezingen van zijn oude conservatieve tegenstander. Zijn vrij beknopte geloofsbelijdenis benadrukt de noodzaak van het veroveren van individuele vrijheid. “Trek uw vertrouwen terug uit deze mannen die zich altijd aan u opdringen, die zich uw vrienden noemen … maar alleen dromen van het herstel van een monarchie om u tot hun slaven te maken nadat ze u als opstapje hebben gebruikt … Bedenk dat alleen de Republiek in staat is om u tot vrije en onafhankelijke mensen te maken, die volledig baas zijn over zichzelf … In een republiek is het volk koning, en alleen het volk regeert met zijn stem …”.

Marcel Malafosse werd vervolgens herkozen tot 1904, waarna hij om gezondheidsredenen zijn plaats afstond aan zijn adjunct Paul Lignières (sinds de dood van Pradal in 1900).

Zijn eerste jaren aan de macht werden gekenmerkt door een soort ‘heksenjacht’ met het ontslag van de veldwachter en het gedwongen vertrek van de onderwijzer en de pastoor, die als reactionair werden beschouwd. De balans van zijn drieëntwintigjarige ambtstermijn lijkt echter zeer positief. We onthouden vooral de inspanningen om het dorp te moderniseren: de installatie van openbare verlichting op petroleum, de uitbreiding van het aantal watertappunten, de aanleg van riolering, de oprichting van een postkantoor, de verbetering van de communicatie door de heraanleg van wegen en de aanleg van echte wegen naar de naburige gemeenten en de bergen.

De meest symbolische verwezenlijking was de bouw van de jongensschool, die in 1883 werd voltooid. In overeenstemming met de idealen van die tijd moeten we ook de oprichting van een onderlinge hulpvereniging, de viering van het honderdjarig bestaan van de Revolutie in 1889 en de regelmatige organisatie van het feest op 14 juli vermelden. Moeten we, anders dan om de passiva te voeden, de antireligieuze besluiten van 19 juli en 22 november 1900 noemen, die het luiden van klokken beperkten en processies op de openbare weg verboden? Maar in die tijd delegeerde Malafosse, die vaak afwezig was in Cesseras, zijn bevoegdheden aan zijn adjunct Paul Ligniéres.

Hij was getrouwd met Maria Farabosc, een getalenteerde schilderes en dochter van een landeigenaar uit Montréal d’Aude. Marcel Malafosse was vader van twee zonen die hun studie volgden aan het lyceum van Sorèze: Paul, diplomaat, vice-consul van Frankrijk en vervolgens burgemeester van Belvèze du Razès (Aude), overleed in 1937, en Jules, landeigenaar, overleed in Cesseras in 1972. Marcel stierf in 1906, amper 61 jaar oud, in het kasteel van Belvèze, een eigendom dat hij een vijftiental jaar eerder had gekocht en waar hij tegen het einde van zijn leven vaak verbleef. Zijn directe nakomelingen wonen er in 2025 nog steeds (met dank aan Robert Marty).

Rond 1850 werd het huis, grenzend aan de basismuren van Château Cesseras, overgenomen door de welvarende landeigenaar en wijnbouwer Marcel Malafosse. Hij besloot er zijn ouderlijk huis en het centrum van de productie voor zijn wijnbedrijf van te maken.

Marcel bouwde twee verdiepingen en een groot aantal kamers bij.
Hierdoor werd het een immens herenhuis met inbegrip van modieuze architectonische kenmerken voor de rijken zoals een kasteelgevel aan het hoofdgebouw en achterwand. Tijdens het midden tot late 19de eeuw, kwamen er ook paardenstallen, keuterboerderij, hooizolder, grote wijnkelders en zelfs een uitgestrekt privé-park met een ‘faux’ grotingang, bij.

Hoewel de wijnmakerij werd verkaveld en vele jaren geleden afzonderlijk werd verkocht, is het nog steeds in werking en elk jaar in de oogsttijd, rijden tractoren druk heen en weer, overladen met druiven en worden de oude persen opgestart.

Het hoofdgebouw, verbonden bijgebouwen, waaronder de woning van de hoefsmid, de binnenplaats en een terras aan de achterkant zijn gelukkig intact gebleven, en vormen wat Château Marcel vandaag voorstelt.

Château Marcel is gelegen in de Rue Marcel Malafosse, genoemd naar de man die ooit diende als burgemeester van de gemeenschap. Hij was een van de meest geliefde en gerespecteerde burgers in die periode.

(Met dank aan Robert Marty voor zijn inbreng)


Een rijk erfgoed in het hart van de Franse Minervois…

De geschiedenis van de Katharen

De Katharen (ook bekend als Cathari van de Griekse Katharoi voor “de zuiveren”) waren een dualistische middeleeuwse religieuze sekte van Zuid-Frankrijk


De geschiedenis van de Languedoc-wijnen begint met de Grieken verschillende eeuwen vóór onze jaartelling. Net als vele andere regio’s kent de wijnbouw pas echt een explosie onder impuls van de Romeinen

De wortels van de wijnproductie in hartje van de Franse Minervois…

Ontdek de rijke geschiedenis van de wijnproductie in de Minervois